rare-jongens-die-britten.reismee.nl

Verlengde zondag

Britten zijn een stelletje verwende nesten. Jarenlang hebben we ze als een derdewereldland ontwikkelingshulp toegekend, en nog willen ze van de EU af. Nu is dat juk ook een echt juk en dat mag je best willen afwerpen, maar dan alleen als je een bepaalde standaard hebt bereikt.

Dat hebben ze hier niet.


Voorbeeld. Een beetje 4G-dekking is schijnbaar veelgevraagd. Merendeels staat er op mijn telefoon 3G, E of geen service. Is dat dan alleen in de Brecon Mountains? Nee, dat is op vele plekken in Wales en Engeland.


Ander voorbeeld. Het wegennet. In Nederland lopen we een hoop te klagen over onze wegen, maar daar is weinig tot niks mis mee. A’tjes gaan keurig langs grote steden en die verbinden het hele land. Daar waar de aanwas wat dun is, volstaan we dan met provinciale wegen. Die gaan in het merendeel van de gevallen om de stad of het dorp heen. 


Zo niet in Groot-Brittannië. Wij rijden bijvoorbeeld van Cardiff via Bristol naar Bath en dan door naar Salisbury. Ligt er dan een snelweg tussen die laatste twee toch niet onaanzienlijke plaatsen? Nee. Is er dan een keurige rondweg om Bath, een prachtige Georgian stad in een even prachtige vallei? Nee hoor, we mogen dwars door de stad heen, van de A4 naar de A36. En daarna ook gewoon door alle stadjes heen met je enkelbaans ‘snelweg’, hè?


Nu goed. De eerste zondag was onze laatste vaardag. We stonden ‘s morgens op bij Crickhowell, en de stilte was weergekeerd. Niets ten nadele van het huwelijk dat de avond ervoor nog was afgesloten met een vuurwerk, zo tegen tienen. Zou de Midsomer moord nog hebben plaatsgevonden?


Laatste paar uurtjes, beetje varen. Ondanks dat het exact de terugweg is van de eerste middag, herkennen we beiden niks. waarschijnlijk waren we op de heenweg nog te veel bezig met de boot en het ontwijken van de kanten en bruggen om van de omgeving te genieten. Want waar het de dag ervoor tot het mooiste deel van de route werd gebombardeerd, verlengen we dat gewoon met wat we vandaag varen. En er volgt nog een bonus, want we mogen nog door de sluis.


Daar aangekomen worden we ernstig beledigd door een vrijwillige sluiswachter. Hij denkt dat we Duitsers zijn. Een gotspe! Nadat we hem hebben gecorrigeerd, varen we met zijn hulp soepel door de sluis. Er zijn nogal wat handelingen uit te voeren, dus het is fijn dat iemand dat vaker heeft gedaan. Je moet in de sluis namelijk eerst binnenvaren (logisch), dan vooral niet doorvaren tot de volgende deur (want als het water gaat lopen, kan het zo in je boot kieperen), en daarna begint het: achterste sluisdeur dicht, van de voorste sluisdeur het linker luik optakelen, dan het rechter en dan wachten tot je met je lichaamsgewicht de deur kunt openduwen (dan is het waterpeil gelijk) en dan uitvaren. Omdat je een sluis leeg moet achterlaten, moet je de procedure omgekeerd nog een keer doen. Wij niet, want van de andere kant komt er iemand die graag van hoog naar laag wil, Mazzel. Scheelt kwartiertje draaien en duwen.


Om de hoek is een pub en een brug en net er voorbij parkeren we de boot voor de nacht. Dat is 100 meter van de verhuurder; een logische keuze omdat we de boot morgen om 9 uur moeten inleveren en we nog een sluis door moeten. Dat betekent alle spullen opruimen en een half uur van tevoren afvaren.


Wanneer we met een glas champagne zitten te vieren dat we niet zijn gezonken, komt Rob, de verhuurder, eraan. Hij vraagt ons of we het niet erg vinden de boot morgen gewoon te laten liggen, in plaats van door te varen. Is voor hem gemakkelijker. Wij vinden dat ‘Not a problem’, want zo kunnen we een half uurtje later opstaan.

De pub waar we niet zolang voordien waren langsgevaren, gaan we nu bezoeken. Er is een soort bierton en er is dorpsfeest. Druk dus. Veel zooi op tafels van andere gasten en serveermeisjes die dat niet durven op te ruimen vanwege de wespen. Wij nemen de gintonic van de dag en kijken elkaar glazig aan. Gin die naar shortbread smaakt (een soort zandkoekje)???


Omdat we om de hoek bij de verhuurder liggen, staat daar ook onze auto. En kunnen we 25 keer zo snel ons verplaatsen, 100 is namelijk een keurige snelheid in dit soort gebied. We gaan naar Brecon. En de oplettende lezer zij gewaarschuwd: doe het niet! Wij zijn op zoek naar een eetgelegenheid en die is daar op zondag niet te vinden (overige dagen verwachten we er ook niet veel van). We lopen dus wat rond, gaan bij een Grieks terrasje kijken of het wat is, testen het af, lopen naar een Thai, lopen snel door en gaan we naar de auto. Terug naar Llangynidr. Onderweg komen we vast wat tegen. En of! Eerst een Inn die dicht is, dan een Inn die vol is en dan een restaurant dat er open uit ziet, waar een heerlijke grilllucht vanaf komt en die toch dicht blijkt te zijn.


Wij naar de pub. Binnen. Wesploos. 


Bij elk onderdeel van ons menu, inclusief de drank, dat we bestellen, bevestigt de mevrouw van de bediening dit met ‘Not a problem at al’. Als je dan twee drankjes, twee voorgerechtjes, twee hoofdgerechten en water bestelt, is dit wel heel veel ‘Not a problem’. Zou iets wel een probleem zijn? En het lijkt mij nogal logisch dat het ‘ Not a problem’ is, het staat namelijk gewoon op de menukaart.


Nu ja, de tafel naast ons en daarnaast krijgt het ook evenzovele malen te horen.


Eten is trouwens prima. ‘Not the slightest problem!’


De volgende morgen is het vroeg dag. We moeten inpakken en foetsie. Vandaag is het weer zondag, want de Britten hebben bank holiday. Dat gaan we nog merken op de M4. Bankiers op vakantie sturen, moeten wij ook eens invoeren in Holland.


Bij het gedagzeggen, overhandigen we Rob de sleutels van onze boot bij wijze van afronding van ons weektripje op het Beaconkanaal in een narrowboat. We hebben de zuidkant verkent en als we nog eens terugkomen om de noordkant te bevaren, krijgen we 10 procent korting. Leuk aanbod, maar nee, wij gaan nooit meer terug waar we al geweest zijn (qua accommodatie), dat kan dan alleen maar tegenvallen. Dus dank, tot ziens, en sorry voor het gebroken wijnglas.

We rijden het Brecongebergte in door bij het stadje Brecon flink gas te geven (niet bezoeken!). Het is mistig vanmorgen en dat belooft wat als we de hoogte in gaan. Volgens Mariella liggen hier bergen van 3000 meter, maar dat blijken voeten te zijn. 1000 meter dus. Nog niet mis, overigens. En als we de pas op rijden, wordt het zicht nog slechter. Dichte tot zeer dichte mist, ik hoor het de ANWB-verkeersdienst zo zeggen. Maar door de mist wordt het zicht plots beter. Bovenin de bergen vecht de zon zich door de mist heen en breekt het open. Het plaatsje bovenop de berg ligt vol in de zon en de weerszijden van de weg zijn vergeven van de auto’s van recreanten die hun laatste vakantiedag gaan besteden aan een frisse bergwandeling. Dat ze daar een fors aantal microgrammen troep voor de lucht in geblazen hebben, moeten we maar snel vergeten. Doen wij ook.


Even snel als we de bergen ingereden zijn, rijden we ze ook weer uit. we zitten nu in het mijnwerkersgebied dat tot Cardiff duurt. Dat betekent dorpjes aan beide kanten van de weg met lange linten minhuisjes, precies zoals we dat kennen van documentaires uit de jaren 50. Het enige verschil met toen, is dat er nu voor elk van dat soort huisjes een auto staat. Of iets wat daarop lijkt. Het ene stadje gaat naadloos over in het andere en zo missen we Aberfan, wat we even wilden bezoeken omdat ik er net een boek over aan het lezen ben. Wie wil weten waarom juist daar een boek over is geschreven, hoeft Google er maar even op na te slaan: Aberfan - mijnramp - 1966.


Omdat we het gemist hebben, missen we ook de ochtendkoffie, die we dan maar halen bij een Starbucks langs de M4. Het is een en al fileleed van mensen die eropuit zijn geweest vanwege het lange weekend en het warme weer. Dat is een combinatie die hier niet vaak voorkomt. 


Omdat we in de buurt van Salisbury willen zijn vanwege onze komende overtocht naar Guernsey en Jersey, en we hier nog een paar dagen een en ander willen bezoeken, rijden we een groot deel van de dag in de bloedhete auto (airco op 18) van het natuurgebied in Wales naar het natuurgebied in Dorset: National Park Newforest.


Het is weer even wennen aan de drukte na een aantal dagen op een leeg kanaal. We zitten op een hoekje op de camping waar het nog redelijk rustig is. En waar een mooie T2 staat (zie instagram - victorbaarn). Voor wie dat niks zegt, een T2 is een VW-bus van het tweede type. Het liefste zie ik T1’s (vandaag 2), maar in Zuid-Engeland en Wales kom je vooral T2’s tegen. Daar kijk ik ook naar. T3’s en verder laat ik voor wat ze zijn. Verder nog wat gespot? Ja, een mooie racing green MG, twee Mclaren’s, en 100 Vespa’s.


Vespa’s? Ja, ze hadden een dagje. Bank holiday, hè?

Reacties

Reacties

DC

File? ‘Not a problem!’

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!